Vijfennegentig. Gast 3: Jan!

Mag Jan es komen spelen?

Dat ik dit nog mag meemaken! Een uitnodiging van E. om es in haar literaire tuin te komen spelen. Dit is mij in mijn nu toch reeds ruim dertigjarige schrijversloopbaan nog nooit of te nimmer overkomen.

 Niet dat mijn literaire productie geen publicatie waardig zou zijn. Vergis u niet, ik heb fans voor het leven! Maar u moet weten dat mijn schrijfsels, woordkeuze en onderwerpen niet meteen aanleiding geven tot literair “gevraagd” worden. Ik schuw de controverse niet en creatief scheldproza heb ik tot een hogere kunstvorm verheven. De naturalisten waren kleine jongens in vergelijking met hoe ik het leven en de oneindige stompzinnigheid des mensen weet te beschrijven. Geen enkel huisje is mij heilig, tenzij de absolute eerlijkheid. Zelfs en vooral ten koste van mezelf.

 

 Vermits geen enkele schrijver schrijft om niet te worden gelezen, zat er voor mij  destijds dus maar één ding op: zelf uitgeven. Zowel in boek- als in tijdschriftvorm. Jawel, jongelui, dit was lang vóór het internet, facebook, twitter, blogs and all that shit. Ik geloof dat zelfs de dieren nog spraken toen. En hoewel ik nog altijd in hogere sferen geraak bij het betasten en ruiken van vers drukwerk – zou dat dan toch met de hallucinogene eigenschappen van drukinkt te maken hebben? – betreur ik het ten zeerste dat die dingen toen nog niet bestonden. Het geld dat ik daar zou mee uitgespaard hebben… Anderzijds, dromen mogen best wat dollars kosten, niet?

 Nu goed, door zelf uit te geven, had ik ook een betere controle op hoe mijn afgescheiden schrijvelarijen werden onthaald. Ik kan u verzekeren: zelden werden deze reactieloos gepubliceerd. Ik ben verafgood en verguisd, geliefd en gehaat, naar de hel gewenst en terug. Mooi! Ik vertik het iets te schrijven dat na lezing achteloos in een hoekje wordt gegooid. En ook al gebeurt dat in de realiteit meer dan ik zou wensen, toch is de betrachting steeds de lezer raken.

 U begrijpt dus zo stilaan iets beter mijn verbazing omwille van het gastvrije platform dat E. mij hier aanbiedt, onwetend welk potentieel literair “monster” zij in huis haalt. Gelukkig weet ik gastvrijheid naar waarde te schatten en sta ik erop mij als modelgast te gedragen: beleefdheidshalve een kwartier te laat komen, voeten vegen, eten en drinken wat mij aangeboden wordt, gevoelige onderwerpen vermijden en niet over religie en politiek – wat in se hetzelfde is – praten. En bij het afscheid gemeend bedanken voor het gulle onthaal. Thanks, E., en doe naarstig voort met de verspreiding van het woord! Het hogere in de mens is pas helemaal dood als de kunstenaars, ook de schrijvers, verdwijnen…

 Jan Vanderstichelen

Advertenties

4 gedachtes over “Vijfennegentig. Gast 3: Jan!

  1. Pingback: Honderddrieënvijftig. Gastblogger 5! | Ergens tussen in

Bedenkingen, opmerkingen of reacties?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s